Koopzucht (1)

| October 31, 2014 | Reply

Iedere fotograaf kent het gevoel wel; er komt een nieuwe camera of lens uit, je leest een paar reviews en je denkt: ‘Die moet ik hebben.’ Maar heb je die camera of die lens wel echt nodig?

De grootste financiële valkuilen op fotoapparatuurgebied zijn de camerabody’s zelf. Aan de lopende band brengen de grote merken nieuwe types uit, die vaak amper verschillen van hun voorganger die vier maanden daarvoor het levenslicht zag. Toch kost een body vaak al zeker duizend euro, en de professionele body’s zelfs twee- tot vijfduizend euro. Langer dan een jaar of 5 gaan ze niet mee, want dan zijn ze achterhaald door de voortschrijdende ontwikkelingen op digitaal gebied. Ook heeft de sluiter niet het eeuwige leven, bij de wat minder dure body’s kunnen de sluiters hooguit ergens tussen de 100.000 en 200.000 clicks aan voor ze stuk gaan. Repareren is vaak erg prijzig.

Goedkoop glas
Je kunt je geld veel beter investeren in glas. Een goed objectief kan jaren meegaan, en heeft geen last van enorme technische sprongen die er voor zorgen dat je dure stuk apparatuur al na enkele jaren sterk verouderd is. Veel legendarische objectieven uit de 35mm tijd worden ook nu nog veel gebruikt. Het is dan wel handig als je eigen merk niet van objectiefvatting is gewisseld in de tussentijd. Voor Pentax geldt in ieder geval dat alle oude objectieven nog gewoon op de nieuwe digitale body’s passen. Zelfs schroefdraadlenzen zijn te gebruiken met behulp van een m42 adapter. Het grote voordeel daarvan is dat je zo voor heel weinig geld heel erg lichtsterke lenzen kunt gebruiken. Kringloopwinkels en rommelmarkten liggen namelijk vol met schroefdraadlenzen van bijvoorbeeld 50mm met een lichtsterkte van F1.7 of ergens in die buurt.

Camerabody uitzoeken
Laat je bij het kopen van een camera in ieder geval niet verleiden door de enorme aantallen megapixels. Deze maken voor de kwaliteit van het beeld meestal niet erg veel uit. Zolang je je foto’s niet verkoopt aan reclamebureaus die er bushokjes mee gaan behangen is 16 tot 20 megapixel meer dan genoeg. Camera’s met 24 megapixel zijn ook al niet heel duur meer tegenwoordig. De echte megapixelwedloop wordt in de heel wat hoger geprijsde regionen gevoerd. Momenteel lijkt Nikon aan de winnende hand met de D800 met maar liefst 36,3 MP onder de motorkap. Daar verbleekt de Canon 5D mark III bij met slechts 22,3 MP. (Er gaan geruchten dat Canon terug gaat komen met een waar megapixel kanon.)
Dit betekent zeker niet automatisch dat de Nikon D800 altijd betere foto’s maakt dan de Canon 5D mark III. Dat hangt van veel meer factoren af, zoals hoe de beeldsensor ontworpen is, natuurlijk welk objectief er gebruikt wordt, etcetera.
Dan zijn er nog de echte kanonnen, met 40 megapixel of meer, zoals het Phase One systeem, dat modulair werkt, en voorzien kan worden van verschillende digitale achterwanden van bijvoorbeeld 40, 60 of zelfs 80 megapixel. De prijs voor een setje waarmee je zo de straat op kan? Een slordige 40.000 dollar.
Dit soort apparaten zijn dan ook vooral bedoeld voor professioneel gebruik zoals studio’s of zeer specialistische vormen van fotografie. Al zou ik er best een willen hebben.

In de volgende aflevering alles over handige of juist overbodige accesoires.

Dit bericht verschijnt ook op www.eddypeters.nl.

Be Sociable, Share!

Tags: , , , , , , , ,

Category: Fotografie, Hardware

Leave a Reply

banner ad
Get Adobe Flash player